Rechter tikt Belastingdienst op de vingers over inzageverzoek persoonsgegevens

Bron: nieuwsbrief AccountancyvanMorgen 4.4.2022

De Belastingdienst moet alle systemen doorspitten als een belastingbetaler om inzage vraagt in zijn persoonsgegevens. Dat er bij de fiscus nogal veel systemen worden gebruikt, is geen reden omdat als een onevenredige inspanning te bestempelen, oordeelt de rechter.

De man is in 2001 geëmigreerd en krijgt in september 2019 een vragenbrief van de fiscus in het kader van een woonplaatsonderzoek. De man denkt dat die brief is verstuurd naar aanleiding van een telefoongesprek met twee medewerkers van de Belastingdienst over het faillissement van een bedrijf waar hij bij betrokken was. Hij vraagt op grond van het recht van inzage dat privacywet AVG kent om inzage in de van hem verwerkte persoonsgegevens om zijn vermoeden te staven. De fiscus laat daarop weten welke gegevens zijn verwerkt in het kader van het woonplaatsonderzoek en meldt dat de man niet voorkomt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Rond het faillissement van het bedrijf is alleen een memo teruggevonden waarin alleen de naam van de man is verwerkt.

In te weinig systemen gezocht

De emigrant neemt hier geen genoegen mee. Hij gelooft niet dat hij niet voorkomt op de FSV en dat er niet meer gegevens zijn verwerkt in andere systemen; hij vermoedt dat alleen in de FSV is gezocht en wil de zoekresultaten zien van acht bekende applicaties en informatievoorzieningen. Ook wil hij de stukken zien van het woonplaatsonderzoek. De Belastingdienst vindt onder meer dat het verzoek van de man te algemeen is en wil geen informatie verstrekken over het woonplaatsonderzoek, omdat dat nog niet is afgerond. De fiscus vindt ook dat de AVG niet vereist dat aan de hand van stukken zoals schermprints moet worden bewezen dat iemand niet in een bepaald bestand is opgenomen.

Opnieuw zoeken

Het gegeven dat iemand op een lijst of in een systeem voorkomt, is onder omstandigheden aan te merken als een persoonsgegeven, oordeelt de rechter. ‘Gelet op wat bekend is over het gebruik van de lijsten en systemen door de Belastingdienst kan het opnemen van eiser op een lijst een waardering van zijn eigenschappen of gedragingen betekenen. Verweerder kan dan ook niet volstaan met de verwijzing naar de persoonsgegevens zoals weergegeven in Mijn Belastingdienst/Mijn Toeslagen, maar moet ook onderzoeken of eiser in de door de Belastingdienst gebruikte systemen of applicaties is opgenomen.’

Dat er bij de fiscus wel erg veel systemen zijn, is geen excuus om niet te zoeken: ‘Zonder nadere motivering bestaat er geen grond voor het oordeel dat dit een onevenredige inspanning vraagt van de Belastingdienst en dat eiser zijn verzoek nader zou moeten specificeren.’ De Belastingdienst moet dus alsnog alle systemen raadplegen om te kijken of de man daarin voorkomt. Die moet daarover binnen drie maanden opnieuw worden bericht.

De Belastingdienst hoeft niet verder aannemelijk te maken dat in de FSV is gezocht en dat de persoonsgegevens van de man daarin niet zijn aangetroffen en hoeft ook geen informatie over het woonplaatsonderzoek te verstrekken, zolang dat gaande is.

https://www.accountancyvanmorgen.nl/2022/04/04/rechter-tikt-belastingdienst-op-de-vingers-over-inzageverzoek-persoonsgegevens/

Posted by SweDutch

Geef een antwoord