Bouw heeft 94.000 mensen nodig – waar halen we die in hemelsnaam vandaan?

Bron: nieuwsbrief Cobouw 27.11.2018

De bouw heeft de komende jaren 94.000 nieuwe mensen nodig. Met opleiden alleen redt de sector het niet. “De mensen zijn bijna niet aan te slepen.”

De problemen op de arbeidsmarkt zijn nog niet voorbij. Sterker nog: de spanning op de arbeidsmarkt loopt de komende jaren verder op, omdat de vraag naar personeel groter zal zijn dan het aanbod.

Het aantal vacatures stijgt, de werkvoorraad in maanden groeit en het aandeel bouwbedrijven met een personeelstekort is historisch hoog. Allemaal signalen dat de problemen op de bouwarbeidsmarkt in ieder geval in 2019 en 2020 aanhouden, concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een studie naar de bouwarbeidsmarkt.

“De mensen zijn bijna niet aan te slepen en het einde is misschien nog niet in zicht”, zegt Taco van Hoek, directeur van het EIB. Vooral in de woningbouw is de nood hoog. Maar liefst 48 procent van de bedrijven moet projecten af- of uitstellen vanwege een gebrek aan handjes.

Reservoir werklozen en zij-instromers bijna op

Vorig jaar achtte het EIB het nog kansrijk dat velen die de bouw op een of andere manier verlaten hadden, weer terugkeerden. Ze waren ergens anders gaan werken, of waren in de WW beland. De bouw zou hen met open armen ontvangen. “Inmiddels is dat reservoir” aan kandidaten kleiner geworden”, zegt Van Hoek.

De komende vijf jaar moeten vanwege een aantrekkende vraag naar woningen, bedrijfsgebouwen, wegen en andere bouwwerken 36.000 nieuwe arbeidsplaatsen in de bouw gecreëerd worden. Vooral in 2019 en 2020 zullen bedrijven uit gaan breiden. Daarnaast zullen 58.000 mensen uit de bouw vervangen moeten worden, voornamelijk vanwege pensionering. In totaal zijn er dus 94.000 nieuwe mensen nodig. De grote vraag is: waar haalt de bouw die in hemelsnaam vandaan?

Omdat de opleidingen op stoom komen en na 2020 steeds meer gediplomeerden afleveren, 52.000 in de periode 2019-2023, kan aan een behoorlijk deel van de vraag naar personeel worden voldaan, verwacht Van Hoek. “Op middellange termijn ziet de arbeidsmarkt er niet dramatisch uit, rustiger.” Op lange termijn kan volgens hem technologische ontwikkeling de vraag naar vaklieden significant beperken, zodat meer productie met minder mensen kan worden gerealiseerd. Maar daar heeft de bouw nu nog even niets aan.

Bouw niet sexy? Het lukt bedrijven wel degelijk personeel te werven en vast te houden

Positief vindt Van Hoek dat bouwbedrijven er goed in weet te slagen om de werkgelegenheid flink uit te breiden. In 2018 zijn er 17.000 banen bijgekomen, dat is een groei van de werkgelegenheid van 4 procent. Van die banen zijn 10.000 vast. In de totale economie groeide de werkgelegenheid dit jaar met 2 procent.

“Men zegt wel dat de bouw niet aantrekkelijk en niet sexy is, maar het lukt bedrijven kennelijk toch nieuw personeel te werven en het bestaande personeel vast te houden”, constateert de EIB-directeur tevreden. De instroom is al vanaf 2015 aan het stijgen. En de uitstroom loopt al sinds 2012 terug. “Bedrijven zijn wel degelijk in staat om personeel te binden. De condities zijn gunstiger: er is volop werk en dat betekent dat de beloning toeneemt.”

Heft gebrek aan bouwlocaties het tekort aan handjes op?

Toch gaan er geluiden op dat het schreeuwende tekort aan personeel de komende jaren misschien als sneeuw onder de zon zal verdwijnen. Zo zei Marien de Langen, bestuurder van de Amsterdamse corporatie Stadgenoot bij het EIB-congres over de bouwarbeidsmarkt afgelopen woensdag dat het gebrek aan bouwlocaties er voor gaan zorgen dat de bouwproductie terug zal vallen en dus dat de vraag naar personeel zal inzakken.

Volgens hem is optimisme troef in de bouwwereld vanwege het tekort aan woningen en het broodnodig hoge bouwtempo. Zelf kijkt Van Langen er anders tegenaan. “Als ik kijk naar de planvoorraad dan ben ik de eerste paar jaar nog optimistisch, maar in de periode erna geloof ik niet. Dat is echter iets wat je niet hardop mag zeggen.”

Rudolph van den Bergh, directeur wonen van Heembouw voegde er tijdens het congres aan toe dat woningen door de eis gasloos te bouwen steeds duurder worden en dat veel projecten daardoor niet haalbaar worden. Onderaannemers en toeleveranciers gaan volgens hem binnenkort de hoofdaannemers weer bellen met de vraag: “Hebben jullie nog werk?”

Van Hoek geeft toe dat de groeicijfers “niet meer zo spectaculair” zijn. Ook is er onzekerheid. “De ontwikkeling van de vergunningen valt tegen. We hadden groei verwacht.”

Bouw heeft statushouders en jongens uit Amsterdam-West nodig

Aan de andere kant laat de sterke groei aan vacatures en de hoge stapel opdrachten zien dat de bouwondernemingen voorlopig nog geen einde aan de groei zien. Bovendien begint utiliteitsbouw op te leven. De som aan bouwopdrachten voor utiliteitsbouwers groeide in het derde kwartaal van 2018 ten opzicht van vorig jaar met 20 procent, meldde het CBS donderdag.

Dus blijft het naarstig zoeken naar nieuwe arbeidskrachten, nu het reservoir aan WW’ers en zij-instromers met een bouwverleden uitgeput raakt. Waar moeten we de nieuwe vaklieden zoeken? “Bij de statushouders”, opperde Hendrik Ruys, voorzitter van de Ondernemersvereniging van Afbouwbedrijven, tijdens het EIB-congres. Marien de Langen, die in de adviesraad van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) zit, vond dat een prima idee. “Als je de groep mag benaderen die nu niet mag werken, zou dat helpen.” Volgens De Langen deed ook een ander idee aan de hand. “Er lopen in Amsterdam-West jongens rond die je zou kunnen interesseren. Maar ze komen niet naar je toe, je moet naar ze toe gaan.”

Buitenlandse vakmensen krijgen niet of nauwelijks vaste banen

Buitenlandse vaklieden stromen ondertussen ook Nederland binnen. Maar vooral als zzp’er, ziet Van Hoek. Eerder dit jaar bleek uit onderzoek van Cobouw dat 18 procent van alle bouwondernemingen een eigenaar heeft die niet in Nederland is geboren. In 2013 was dat aandeel nog 14 procent. Vaste banen veroveren de buitenlandse vaklieden echter nauwelijks. In 2017 telde het EIB een instroom van 140 buitenlandse werknemers bij Nederlandse bouwbedrijven.

Zendingswerk in een modern jasje blijft ook belangrijk, reageerde iemand uit het publiek die scholen langsgaat om de jeugd de liefde voor de bouw bij te brengen. “Ik vertel ze: het is niet meer het ambacht van vroeger, maar hoogwaardig vakmanschap.”

Maarten van Duijn, directeur van Heijmans Vastgoed zag bij het congres ook brood in een vorm van sluikreclame op televisie. “Mijn kinderen kijken elke dag Goede Tijden Slechte Tijden. Ik kan me voorstellen dat je in die soap een bonk van een bouwvakker laat spelen.”

Een florerende bouw is echter de beste reclame. Nu de werkgelegenheid in de bouw weer aantrekt sturen de moeders en vaders hun kinderen weer iets meer naar de bouwopleidingen, ziet Van Hoek. Maar extra opleiden is niet genoeg om een de volgende enorme personeelscrisis af te wenden. Daarvoor moet volgens de EIB-directeur de opdrachtenstroom stabieler worden. De overheid en de corporaties moeten daarvoor zorgen. Corporatiedirecteur De Langen kan het zich nog moeilijk voorstellen: “Dan zou ik dus in één keer zestig casco’s moeten kopen, terwijl ik niet weet waar ik ze neer moet zetten.” Toch kon hij wel iets voorstellen bij het bundelen van opdrachten bij nieuwbouw en verduurzaming. “Als de Amsterdamse corporaties hun inkoop zouden bundelen, zouden het wel kunnen. We hebben dezelfde woningen en dezelfde bewoners. Nu is het vaak van project naar project.”

Crisis was diep en lang

De personeelsproblemen in de bouw zijn volgens het EIB ontstaan doordat de crisis dieper en langer was dan bij eerdere periodes van laagconjunctuur. De helft van ellende die de bouw voor de kiezen kreeg, werd volgens Taco van Hoek van het EIB veroorzaakt door overheidsbeleid. Het kabinet gooide volgens hem olie op het vuur met de kredietrantsoenering en de verhuurdersheffing. Om bij een volgende crisis de personeelsproblemen voor te zijn, beveelt het EIB onder meer aan om de vraag van opdrachtgevers te bundelen en een stabielere opdrachtenstroom te creëren, zodat bouwers kunnen investeren in onder andere prefab, standaardisering en technologische vooruitgang. “Het is namelijk lastig om te investeren als je het ene jaar duizend woningen mag bouwen en het jaar erna vierhonderd. Een beetje continuïteit helpt”, zegt Van Hoek. Volgens hem liggen de kaarten gunstig, omdat in de woningbouw de komende decennia veel moet gebeuren op het gebied van verduurzaming en circulariteit.

https://www.cobouw.nl/bouwbreed/nieuws/2018/11/bouw-heeft-94-000-vakmensen-nodig-waar-halen-we-die-vandaan-101267264?tid=TIDP588114X851A153BE4554F6582665A322CBF5DF4YI4&vakmedianet-approve-cookies=1

Posted by SweDutch

Geef een reactie