Bedreigde professors: ‘Wachten we nu tot er écht iets gebeurt?’

Bron: nieuwsbrief NRC 29.6.2021

Veiligheid wetenschappers Wetenschappers die zich mengen in het publieke debat zijn steeds vaker doelwit van complotdenkers, virusontkenners en extreem-rechts. Wat doet dat met ze?

‘Val dood linkse kankerhoer!” „We weten hoe laat je naar het sportcentrum fietst.” Léonie de Jonge schrikt zich rot als ze in de ochtend van 19 april haar computer aanzet en de mail opent. De universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen was de avond daarvoor te zien geweest in het tv-programma Medialogica als deskundige op het gebied van extreem-rechtse groeperingen. Nu ziet ze wat dat optreden teweeg heeft gebracht: haar naam prijkt op de website van het radicaal-rechtse platform Vizier op Links en dat veroorzaakt een „buitenproportionele shitstorm”.

De Jonge is best wel wat gewend. Er komen altijd reacties als ze ergens in de media over haar onderzoek praat, zegt ze. „Dat is soms leuk en interessant, soms vervelend. Ik neem het voor lief.” Maar deze keer gaat het verder. Ze wordt overspoeld door „een georganiseerd trollenleger” dat haatberichten stuurt naar haar werkmail en sociale media en pogingen doet om haar accounts te hacken. In een mum van tijd krijgt ze tientallen scheldkanonnades, bedreigingen en doodswensen.

Klimaat, aarde of corona

Vrijwel iedere wetenschapper die onderzoek doet op een maatschappelijk gevoelig terrein en zich mengt in het publieke debat, heeft te maken met intimidaties en bedreigingen. Meedoen aan een discussie in een praatprogramma over pak ’m beet de opwarming van de aarde, migratie of coronamaatregelen? Scheldkanonnades op Twitter, intimiderende mails of stickers van Vizier op Links op je voordeur zijn je deel.

Sinds corona gebeurt het vaker en is de toon dreigender, zeggen universiteiten. Ze maken zich zorgen over de toename. „Onacceptabel”, vindt Pieter Duisenberg, voorzitter van de VSNU, de vereniging van universiteiten. „Bedreigingen hebben een gigantische impact op wetenschappers. Soms worden hun privé-adressen online gezet. Dat is ontzettend intimiderend en ronduit eng. Ik sprak deze week nog iemand die om die reden gaat verhuizen.”

Om hoeveel bedreigingen het gaat, is niet duidelijk; dat wordt nu onderzocht. De VSNU baseert zich nu op wat er via de verschillende universiteiten naar buiten komt. „Het topje van de ijsberg”, volgens Duisenberg. „We horen alleen de officiële meldingen. Daar zit nog een hele laag onder.”

Ook Ineke Sluiter, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), is bezorgd. „We zien een duidelijke toename van het aantal bedreigingen gebaseerd op anekdotische evidentie. En die is niet geruststellend.”

Ira Helsloot, hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, schreef in 2018 mee aan een advies over veiligheid in het hoger onderwijs. Daarin wijzen de auteurs op „de bedreiging van de veiligheid van meningsvorming door polariserend activisme dat gebruikmaakt van sociale media”.

Sinds de coronacrisis weet Helsloot uit eigen ervaring hoe het is om doelwit te zijn van anonieme haatmail. Toen hij zich in het najaar bij de talkshow Op1 kritisch uitliet over de coronamaatregelen, kreeg hij duizend reacties. Daar zaten positieve berichten tussen („Blij dat iemand het zegt!”) maar ook „ongeveer honderd heel vervelende mails”. Aan de telefoon leest hij er een aantal voor. „Je bent een nazi-lul die opgehangen moet worden.” En: „Ik wens jou en je gezin ook corona toe.” Heftig, vond Helsloot. „Ik denk dat ik er normaal gesproken best relaxed mee omga, maar als je tientallen van dit soort berichten krijgt, slaap je wel een nachtje slecht.”

Het is, zegt Léonie de Jonge, psychologische oorlogsvoering. „En of je wilt of niet, dat gaat onder je huid zitten. Als wetenschapper vind ik dit nog best fascinerend: ik ben ineens onderdeel van mijn eigen onderzoek. Maar als persoon vind ik het heel naar.”

Niet meer een rondje fietsen

Een aantal wetenschappers wordt inmiddels permanent beveiligd. De Belgische viroloog Marc Van Ranst zat weken met zijn gezin ondergedoken na bedreigingen van de inmiddels dood gevonden beroepsmilitair Jürgen Conings. In Nederland gaat het volgens de KNAW en de VSNU om ten minste vier wetenschappers. Jaap van Dissel, de voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT), is er een van. Hij kan de deur niet uit om een rondje te fietsen, vertelde hij onlangs in NRC.

Hoogleraar virologie Marion Koopmans zet niet meer op sociale media waar ze heen gaat. Te onveilig. „Ik denk tegenwoordig bij alles na. Wat ga ik doen en hoe kom ik daar? Dat is klote.” Koopmans vertelt er met lichte tegenzin over. Want, zegt ze, „alles wat ik zeg over dit onderwerp geeft weer nieuw gedoe”.

Sinds ze deel uitmaakt van het OMT komen de haatmails en scheldpartijen „in golven” en variëren ze van ordinaire scheldpartijen („OMT-heks”, „Frankenstein in Rotterdam”) tot regelrechte doodsbedreigingen. Haar werkgever, het Erasmus MC in Rotterdam, heeft onlangs aangifte gedaan bij de politie. Volgens een woordvoerder gebeurde dat „op verzoek van de politie die de aantijgingen zo ernstig vond dat daar aanleiding toe was”.

Regels van autoriteiten

Volgens Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie in Utrecht en gespecialiseerd in radicalisering, houdt de toename van het aantal bedreigingen direct verband met de coronacrisis. „Die duurt lang, mensen voelen zich onzeker. En wat doe je dan? Je kijkt naar de autoriteiten en verwacht dat zij beslissen wat er moet gebeuren. Maar je wordt ook kwaad en raakt gefrustreerd, omdat jouw leven er ineens totaal anders uitziet door hun regels.”

Die woede en frustratie richt zich tegen de ‘elite’, zegt Van den Bos. Tegen politici, tegen de media én tegen wetenschappers. Hij is zelf ook regelmatig doelwit van bedreigers en heeft een mapje ‘Exotica’ op zijn computer met daarin alle haat- en dreigmails die hij ontvangt. Zoals toen hij onderzoek deed naar misbruik onder Jehova’s getuigen, of toen hij in een interview in een bijzin opmerkte dat moslims in Nederland graag het Suikerfeest als een vrije dag zouden willen zien. „Dan komt het los, daar kun je donder op zeggen.”

Hij kreeg „rare en nare” mails: „Hee, professortje met je mooie onderzoekje. Nu heb je in je voet geschoten. Je verkwanselt onze cultuur.” Het is, zegt Van den Bos, onvergelijkbaar met wat mensen als Jaap van Dissel en Marion Koopmans meemaken, „maar je schrikt er toch van”.

Het merendeel van de mensen die dit soort berichten versturen is ongevaarlijk, vermoedt KNAW-president Ineke Sluiter. „Dat is een groep die gewoon gefrustreerd is en er even wat uitfloept. Als je met die mensen in gesprek gaat, zeggen ze vaak meteen sorry.” Een ander deel is „redelijk van het padje” en een kleine groep is „gewoon gevaarlijk”. En dat is eng, vindt Sluiter. „Zitten we nou werkelijk te wachten tot er écht een ongeluk gebeurt?”

Chilling-effect

Wat doen haatmails en bedreigingen met wetenschappers? Ga je nog in een praatprogramma zitten? Durf je nog je mening te geven op Twitter?

Het is een spagaat, zegt Sluiter: wetenschappers worden aangemoedigd zichtbaar te zijn en het publieke debat aan te gaan, maar de prijs is soms wel erg hoog.

Laat mij maar in het lab zitten, hoort Kees van den Bos zijn collega’s steeds vaker zeggen. Ook Koopmans gaat minder vaak in op de uitnodigingen van praatprogramma’s, zegt ze.

Er is duidelijk sprake van een ‘chilling-effect’, zegt Pieter Duisenberg van de VSNU. Wetenschappers houden hun mond of doen aan zelfcensuur om ellendige reacties te voorkomen. Logisch, denk hij. „Maar het gaat in tegen alles wat wij willen: wetenschappers moeten naar buiten met hun onderzoek en expertise.”

Bovendien: zelfcensuur is precies wat de bedreigers willen. Sluiter: „En angst is hun voornaamste wapen.”

Léonie de Jonge sprak veel collega’s die zeiden: ‘Daarom doe ik dus geen mediaoptredens.’ De Jonge: „Ik snap dat als geen ander. Mij houdt het niet tegen, maar het is ingewikkeld. Mijn nieuwe boek komt binnenkort uit en ik wil er graag over vertellen. Hoe ga ik dat doen? Moet ik rekening houden met een nieuw trollenleger? Hoe vindbaar wil ik zijn?”

De VSNU werkt intussen aan een ‘handreiking’ voor universiteiten en wetenschappers. Daarin komt vooral te staan wat je moet doen als universiteit als een van je onderzoekers doelwit is van intimidatie. Maar die biedt ook praktische adviezen voor wetenschappers: hoe beveilig je je accounts? Wanneer en hoe doe je aangifte?

Voor Ineke Sluiter is het volstrekt helder: de decaan of de rector moet pal achter de wetenschapper gaan staan. Die moet mee als er aangifte wordt gedaan en openlijk afstand nemen van de bedreigingen. „Universiteiten moedigen hun mensen aan zich te mengen in het debat”, zegt ze. „Dat geeft ze een verplichting om te helpen. Weet waar je je mensen heen stuurt, kom meteen in actie als het misgaat en maak duidelijk: we got your back. Dat is ontzettend geruststellend.”

Léonie de Jonge voelde zich enorm gesteund door haar decaan, maar kwam lichtelijk gedesillusioneerd uit het politiebureau na het doen van aangifte. De politie kon niet veel doen, omdat de bedreigingen „indirect” waren. „Er stond nergens: morgen om 10.00 uur sta ik op je stoep. Ze weten blijkbaar precies waar de grens ligt van wat strafbaar is en wat niet.”

Een aantal mensen dat Jaap van Dissel bedreigde is de afgelopen weken wél veroordeeld tot gevangenisstraffen en in de Tweede Kamer is een discussie op gang gekomen rond een wetsvoorstel dat wetenschappers beter moet beschermen.

De Jonge heeft intussen een filter in haar mailbox geïnstalleerd dat berichten met het woord ‘kankerhoer’ of ‘kankerwijf’ tegenhoudt. Opgewekt: „Een verademing. Die woorden moet je niet dagelijks tegenkomen.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/06/29/bedreigde-professor-blijft-soms-liever-veilig-in-het-lab-a4049289

Posted by SweDutch

Geef een antwoord